Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 8

De Algemene Vergadering

Onderdeel van Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 21 juni 1985

1. De Vergadering bestaat uit vertegenwoordigers van alle Leden. 2. De Vergadering houdt om de twee jaar een gewone zitting, tenzij zij anders besluit. Bijzondere zittingen worden op verzoek van de Raad of van een meerderheid van alle Leden door de Directeur-Generaal bijeengeroepen. Gewone zittingen worden gehouden in de plaats waar de Organisatie zetelt, tenzij de Vergadering anders heeft besloten. De Raad besluit waar een bijzondere zitting zal worden gehouden. 3. Naast het vervullen van andere functies die in dit Statuut zijn omschreven, dient de Vergadering: de leidende beginselen en de beleidslijnen van de Organisatie te bepalen; verslagen van de Raad, de Directeur-Generaal en de suborganen van de Vergadering te behandelen; haar goedkeuring te hechten aan het werkprogramma, de gewone en operationele begroting van de Organisatie overeenkomstig artikel 14, een verdeelsleutel voor de bijdragen vast te stellen overeenkomstig artikel 15, haar goedkeuring te hechten aan het financiële reglement van de Organisatie en toezicht te houden op het doelmatig gebruik van de financiële middelen van de Organisatie; de bevoegdheid te hebben om met een tweederde meerderheid van de aanwezige Leden die hun stem uitbrengen, verdragen of overeenkomsten aan te gaan betreffende zaken die binnen de bevoegdheid van de Organisatie vallen en aanbevelingen te doen aan de Leden inzake dergelijke verdragen of overeenkomsten; aanbevelingen te doen aan de Leden en aan internationale organisaties betreffende zaken die binnen de bevoegdheid van de Organisatie vallen; andere passende maatregelen te nemen om de Organisatie in staat te stellen haar doelstellingen na te streven en haar functies te vervullen. 4. De Vergadering kan aan de Raad die bevoegdheden en functies delegeren waarvan zij delegatie wenselijk acht met uitzondering van die welke zijn neergelegd in artikel 3, letter b; artikel 4; artikel 8, derde lid, de letters a, b, c en d; artikel 9, eerste lid; artikel 10, eerste lid; artikel 11, tweede lid; artikel 14, vierde en zesde lid; artikel 15; artikel 18; artikel 23, tweede lid, letter b en derde lid, letter b en Aanhangsel I. 5. De Vergadering stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. 6. Elk Lid heeft één stem in de Vergadering. Besluiten worden genomen door een meerderheid van de aanwezige Leden die hun stem uitbrengen, tenzij in dit Statuut of in het huishoudelijk reglement anders is bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel