**1.** Indien, behoudens het derde en vierde lid, vóór de datum van de statenopvolging de Voorgangerstaat een multilateraal verdrag heeft ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, en door de ondertekening heeft bedoeld de toepassing van het verdrag uit te breiden tot het gebied waarop de statenopvolging betrekking heeft, kan de nieuw-onafhankelijke Staat het verdrag bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren alsof deze dit verdrag zelf had ondertekend, en kan daardoor partij of verdragsluitende Staat erbij worden.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt, tenzij een andere bedoeling blijkt uit het verdrag of op andere wijze is komen vast te staan, de ondertekening door de Voorgangerstaat geacht de bedoeling uit te drukken dat het verdrag zich uitstrekt tot het gehele grondgebied voor de buitenlandse betrekkingen waarvan de Voorgangerstaat verantwoordelijk was.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien uit het verdrag blijkt of op andere wijze is komen vast te staan dat de toepassing van het verdrag met betrekking tot de nieuw-onafhankelijke Staat onverenigbaar zou zijn met het voorwerp en doel van het verdrag of de omstandigheden voor de werking ervan radicaal zou wijzigen.
**4.** Wanneer onder de termen van het verdrag of vanwege het beperkte aantal Staten dat aan de onderhandeling heeft deelgenomen, alsmede het voorwerp en doel van het verdrag, de instemming van alle partijen of van alle verdragsluitende Staten noodzakelijk moet worden geacht voor de deelneming van elke andere Staat aan het verdrag, kan de nieuw-onafhankelijke Staat slechts met een dergelijke instemming partij of verdragsluitende Staat met betrekking tot het verdrag worden.
Deel III › AFDELING 2
Artikel 19
Deelneming aan verdragen die door de Voorgangerstaat zijn ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht