Naar hoofdinhoud

Deel III › AFDELING 2

Artikel 20

Voorbehouden

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Wanneer een nieuw-onafhankelijke Staat zijn status als partij of verdragsluitende Staat met betrekking tot een multilateraal verdrag bepaalt door middel van een verklaring van voortgezette gebondenheid overeenkomstig artikel 17 of 18, wordt hij geacht elk voorbehoud ten aanzien van dat verdrag te handhaven dat van toepassing was op de datum van de statenopvolging ten aanzien van het gebied waarop de statenopvolging betrekking heeft, tenzij deze Staat bij de verklaring van voortgezette gebondenheid uitdrukking geeft aan een tegengestelde bedoeling of zelf een voorbehoud maakt dat betrekking heeft op hetzelfde onderwerp als dat voorbehoud. 2. Een nieuw-onafhankelijke Staat kan, bij het afleggen van een verklaring van voortgezette gebondenheid ter bepaling van zijn status als partij of verdragsluitende Staat bij een multilateraal verdrag overeenkomstig artikel 17 of 18, een voorbehoud maken, tenzij het maken van dit voorbehoud zou zijn uitgesloten door de bepalingen van artikel 19, letter a), b) of c), van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. 3. Wanneer een nieuw-onafhankelijke Staat een voorbehoud maakt in overeenstemming met het tweede lid, zijn de in artikelen 20 tot en met 23 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht vastgestelde regels van toepassing met betrekking tot dat voorbehoud.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel