Naar hoofdinhoud

Deel III › AFDELING 2

Artikel 22

Verklaring van voortgezette gebondenheid

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Een verklaring van voortgezette gebondenheid met betrekking tot een multilateraal verdrag ingevolge artikel 17 of 18 geschiedt schriftelijk. 2. Indien de verklaring van voortgezette gebondenheid niet wordt ondertekend door het Staatshoofd, het Regeringshoofd of de Minister van Buitenlandse Zaken, kan de vertegenwoordiger van de Staat, die de verklaring overbrengt, worden verzocht een volmacht te tonen. 3. Tenzij in het verdrag anders wordt bepaald, wordt de verklaring van voortgezette gebondenheid: door de nieuw-onafhankelijke Staat toegezonden aan de depositaris of, indien er geen depositaris is, aan de partijen of de verdragsluitende Staten; geacht door de nieuw-onafhankelijke Staat te zijn afgelegd op de datum waarop zij door de depositaris is ontvangen of, indien er geen depositaris is, op de datum waarop zij is ontvangen door alle partijen of, al naar gelang het geval, door alle verdragsluitende Staten. 4. Het derde lid is niet van invloed op enige verplichting van de depositaris, overeenkomstig het verdrag of anderszins, de partijen of de verdragsluitende Staten in kennis te stellen van de verklaring van voortgezette gebondenheid of van een mededeling die in verband daarmee door de nieuw-onafhankelijke Staat is gedaan. 5. Behoudens de bepalingen van het verdrag wordt de verklaring van voortgezette gebondenheid of de in verband daarmee gedane mededeling slechts geacht te zijn ontvangen door de Staat waarvoor zij is bestemd, wanneer de laatstbedoelde Staat door de depositaris is ingelicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel