Naar hoofdinhoud

Deel III › AFDELING 2

Artikel 23

Gevolgen van een verklaring van voortgezette gebondenheid

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Tenzij anders wordt bepaald in het verdrag of anderszins wordt overeengekomen, wordt een nieuw-onafhankelijke Staat die een verklaring van voortgezette gebondenheid aflegt overeenkomstig artikel 17 of 18, tweede lid, geacht partij bij het verdrag te zijn met ingang van de datum van de statenopvolging of de datum van inwerkingtreding van het verdrag, welk van beide data later is. 2. Desalniettemin wordt de werking van het verdrag tussen de nieuw-onafhankelijke Staat en de andere partijen bij het verdrag geacht te zijn opgeschort tot de datum waarop de verklaring van voortgezette gebondenheid wordt afgelegd, behalve voor zover dit verdrag voorlopig kan worden toegepast in overeenstemming met artikel 27 of anderszins kan zijn overeengekomen. 3. Tenzij het verdrag anders bepaalt of anderszins is overeengekomen, wordt een nieuw-onafhankelijke Staat die overeenkomstig artikel 18, eerste lid, een verklaring van voortgezette gebondenheid aflegt, geacht een verdragsluitende Staat bij het verdrag te zijn vanaf de datum waarop de verklaring van voortgezette gebondenheid wordt afgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel