**1.** Behoudens het derde en vierde lid kan een Opvolgerstaat die onder artikel 31 valt, door middel van een kennisgeving zijn status bepalen als verdragsluitende Staat bij een multilateraal verdrag dat niet van kracht is, indien op de datum van de statenopvolging één van de Voorgangerstaten een verdragsluitende Staat was bij het verdrag.
**2.** Behoudens het derde en vierde lid kan een Opvolgerstaat die onder artikel 31 valt, door middel van kennisgeving zijn status bepalen als partij bij een multilateraal verdrag dat in werking treedt na de datum van de statenopvolging, indien op de datum van de statenopvolging één van de Voorgangerstaten een verdragsluitende Staat was bij het verdrag.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien uit het verdrag blijkt of op andere wijze is komen vast te staan dat de toepassing van het verdrag met betrekking tot de Opvolgerstaat onverenigbaar zou zijn met het voorwerp en doel van het verdrag of de omstandigheden voor de werking ervan radicaal zou wijzigen.
**4.** Indien het verdrag in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, kan de Opvolgerstaat zijn status als partij bij het verdrag of als verdragsluitende Staat met betrekking tot het verdrag uitsluitend bepalen met de instemming van alle partijen of van alle verdragsluitende Staten.
**5.** Een verdrag waarbij de Opvolgerstaat verdragsluitende Staat of partij wordt overeenkomstig het eerste en tweede lid, is slechts van toepassing op het deel van het grondgebied van de Opvolgerstaat ten aanzien waarvan de instemming een verklaring door het verdrag gebonden te worden was afgegeven vóór de datum van de statenopvolging, tenzij:
in het geval een multilateraal verdrag niet in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, de Opvolgerstaat in zijn kennisgeving ingevolge het eerste of tweede lid aangeeft dat het verdrag van toepassing is op zijn gehele grondgebied; of
in het geval een multilateraal verdrag in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, de Opvolgerstaat en alle partijen of, al naar gelang het geval, alle verdragsluitende Staten anders overeenkomen.
**6.** Het vijfde lid, letter a), is niet van toepassing, indien uit het verdrag blijkt of op andere wijze is komen vast te staan dat de toepassing van het verdrag op het gehele grondgebied van de Opvolgerstaat onverenigbaar zou zijn met het voorwerp en doel van het verdrag of de omstandigheden voor de werking ervan radicaal zou wijzigen.
Deel IV
Artikel 32
Gevolgen van een vereniging van Staten met betrekking tot op de datum van de statenopvolging niet van kracht zijnde verdragen
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht