Naar hoofdinhoud

Deel IV

Artikel 33

Gevolgen van een vereniging van Staten met betrekking tot verdragen die door een Voorgangerstaat zijn ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake Statenopvolging met betrekking tot verdragen· Internationaal publiekrecht

1. Indien, behoudens het tweede en derde lid, vóór de datum van de statenopvolging één van de Voorgangerstaten een multilateraal verdrag had ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, kan een Opvolgerstaat die onder artikel 31 valt, het verdrag bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren, alsof hij zelf dat verdrag had ondertekend, en kan daardoor partij of verdragsluitende Staat bij het verdrag worden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien uit het verdrag blijkt of op andere wijze is komen vast te staan dat de toepassing van het verdrag op de Opvolgerstaat onverenigbaar zou zijn met het voorwerp en doel van het verdrag of de omstandigheden van de werking ervan radicaal zou wijzigen. 3. Indien het verdrag in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, kan de Opvolgerstaat slechts partij of verdragsluitende Staat bij het verdrag worden met de instemming van alle partijen of van alle verdragsluitende Staten. 4. Elk verdrag waarbij de Opvolgerstaat partij of verdragsluitende Staat wordt overeenkomstig het eerste lid, is slechts van toepassing op het deel van het grondgebied van de Opvolgerstaat met betrekking waartoe het verdrag werd ondertekend door één van de Voorgangerstaten, tenzij: in het geval een multilateraal verdrag niet in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, de Opvolgerstaat bij het bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren van het verdrag mededeelt dat het verdrag van toepassing is op zijn gehele grondgebied; in het geval een multilateraal verdrag in de in artikel 17, derde lid, genoemde categorie valt, de Opvolgerstaat en alle partijen of, al naar gelang het geval, alle verdragsluitende Staten anders overeenkomen. 5. Het vierde lid, letter a, is niet van toepassing, indien uit het verdrag blijkt of op andere wijze is komen vast te staan dat de toepassing van het verdrag op het gehele grondgebied van de Opvolgerstaat onverenigbaar zou zijn met het voorwerp en doel van het verdrag of de omstandigheden voor de werking ervan radicaal zou wijzigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel