**1.** Na het verstrijken van een periode van twee jaar na de datum waarop deze Overeenkomst voor het eerst in werking is getreden, kan ieder niet-Europees lid van de Internationale Arbeidsorganisatie tot deze Overeenkomst toetreden.
**2.** Iedere Partij bij deze Overeenkomst beschikt evenwel over een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de nederlegging van de akte van bekrachtiging van iedere toetredende Staat overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel, om haar bezwaar tegen deze toetreding kenbaar te maken overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 18.
**3.** Op dezelfde wijze kan iedere Europese Staat die deze Overeenkomst bekrachtigt na het verstrijken van de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, op het tijdstip van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, gebruik maken van hetzelfde recht om bezwaar te maken ten aanzien van iedere Overeenkomstsluitende Partij die hiertoe is toegetreden vóór de datum van deze nederlegging door dit bezwaar kenbaar te maken overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 18.
**4.** Toetredende Staten worden alleen Overeenkomstsluitende Partijen ten aanzien van die Overeenkomstsluitende Partijen die geen bezwaar hebben gemaakt tegen hun toetreding.
**5.** De akten van bekrachtiging van de toetredende Staten worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende de verlening van medische hulp aan personen die tijdelijk in het buitenland verblijven· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1983