**1.** In de betrekkingen tussen een toetredende Staat en een Overeenkomstsluitende Partij die geen bezwaar heeft gemaakt tegen de toetreding van die Staat, treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de termijn van zes maanden waarover deze Partij krachtens het tweede lid van artikel 14 beschikt om bezwaar te maken, is afgelopen of, ten aanzien van een Europese Staat bedoeld in het derde lid van artikel 14, op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin zijn akte van bekrachtiging is nedergelegd.
**2.** De Overeenkomstsluitende Partijen brengen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel 18 ter kennis welke bepalingen van de onder de letters a), b) of c) van het eerste lid van artikel 6 zij zijn overeengekomen te zullen toepassen in hun wederzijdse betrekkingen.
**3.** Indien twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen, op het tijdstip waarop deze Overeenkomst ten aanzien van hen in werking treedt, niet zijn gekomen tot een regeling betreffende de toepassing van het bepaalde in het vorige lid van dit artikel, noch tot een regeling, bedoeld in het tweede lid van artikel 7, wordt deze Overeenkomst tussen deze Partijen eerst van kracht wanneer deze regelingen in hun wederzijdse betrekkingen van toepassing worden.
**4.** In de gevallen bedoeld in het vorige lid van dit artikel brengen de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 18, de datum ter kennis waarop deze Overeenkomst tussen hen van kracht wordt.
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende de verlening van medische hulp aan personen die tijdelijk in het buitenland verblijven· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1983