Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 26 november 1992

1. Er wordt een fonds in het leven geroepen voor de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed dat van uitzonderlijke universele waarde is, genaamd „Fonds voor het Werelderfgoed”. 2. Het Fonds wordt opgericht als beheersfonds overeenkomstig de bepalingen van de Financiële Reglementen van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. 3. De middelen van het Fonds bestaan uit: verplichte en vrijwillige bijdragen van Staten die partij zijn bij deze Overeenkomst; bijdragen, giften of legaten die gedaan kunnen worden door: andere Staten; de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, andere organisaties van de Verenigde Naties, in het bijzonder het Ontwikkelingsprogramma der Verenigde Naties, of andere intergouvernementele organisaties; overheidsorganen of particuliere organen of personen; rente opgebracht door de middelen van het Fonds; gelden verkregen uit collectes en opbrengsten van ten behoeve van het Fonds georganiseerde manifestaties; en alle andere middelen welke zijn toegestaan krachtens de door de Commissie voor het Werelderfgoed opgestelde Reglementen van het Fonds. 4. De bijdragen aan het Fonds en andere vormen van aan de Commissie ter beschikking gestelde bijstand kunnen slechts worden gebruikt voor door de Commissie te omschrijven doeleinden. De Commissie kan bijdragen ontvangen die slechts voor een bepaald programma of project mogen worden gebruikt, op voorwaarde dat de Commissie een besluit heeft genomen over de uitvoering van een zodanig programma of project. Aan bijdragen verstrekt aan het Fonds mogen geen politieke voorwaarden worden verbonden.

Rechtspraak bij dit artikel