Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 3 december 2010

1. Het vervoer van goederen tussen de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen en in doorvoer over hun grondgebieden, behoudens het vervoer voorzien in artikel 6 van deze Overeenkomst, geschiedt op basis van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en die recht geven op het maken van één heen- en terugreis, tenzij anderszins vermeld in de vergunning. 2. Een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij met een door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning die hem het recht geeft één heen- en terugreis te maken mag vervoer verrichten van het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij naar het grondgebied van een derde Staat alsmede van het grondgebied van een derde Staat naar het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij anderszins vermeld in de vergunning. 3. De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zenden elkaar jaarlijks het wederzijds overeengekomen aantal vergunningsformulieren voor het vervoer van goederen toe en brengen daarvoor geen kosten in rekening. Het aantal vergunningsformulieren dat wordt toegezonden is overeenkomstig de behoeften van de vervoerders. Deze vergunningsformulieren dienen voorzien te zijn van de handtekening van de verantwoordelijke functionaris en het stempel van de bevoegde autoriteit die de vergunning heeft afgegeven. Vergunningen afgegeven in een lopend jaar zijn geldig tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar. 4. De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen komen onderling de wijze overeen voor de uitwisseling van vergunningsformulieren.

Rechtspraak bij dit artikel