Ten einde haar doeleinden, omschreven in Hoofdstuk I, te bereiken dient de Organisatie:
met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, aangelegenheden te bestuderen die zich voordoen ingevolge artikel 1, letters (a), (b) en (c), en die zijn verwezen naar de Organisatie door de Leden, door enig orgaan of gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties of door enige andere intergouvernementele organisatie, ofwel aangelegenheden verwezen naar de Organisatie ingevolge artikel 1, letter (d), en hierover aanbevelingen te doen;
verdragen, overeenkomsten of andere passende regelingen te ontwerpen, deze aan Regeringen en intergouvernementele organisaties aan te bevelen alsmede de noodzakelijk geachte conferenties bijeen te roepen;
gelegenheid te verschaffen voor onderling overleg tussen de Leden en voor de uitwisseling van gegevens tussen de Regeringen;
de taken te vervullen die voortvloeien uit de letters (a), (b) en (c) van dit artikel, in het bijzonder die welke haar zijn opgedragen door of krachtens de internationale regelingen die betrekking hebben op maritieme aangelegenheden en de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu;
waar nodig, en overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk X, de technische samenwerking binnen het werkterrein van de Organisatie te bevorderen.
Voorheen art. 3.
HOOFDSTUK II
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 10 november 1984