Ten aanzien van aangelegenheden, welke de Organisatie vatbaar voorkomen om te worden geregeld op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze zal de Organisatie in die zin een aanbeveling doen. Indien naar het oordeel van de Organisatie enige aangelegenheid betrekking hebbende op deloyale belemmerende handelswijzen van scheepvaartondernemingen niet vatbaar is voor regeling op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze, of zulks in feite bewezen is en mits het vraagstuk te voren het onderwerp is geweest van rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken Leden, neemt de Organisatie op verzoek van een dezer Leden de aangelegenheid in overweging.
Voorheen art. 4.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 10 november 1984