Naar hoofdinhoud
1. Op verzoek van de verzoekende overeenkomstsluitende partij verricht de aangezochte overeenkomstsluitende partij de passende onderzoeken of doet zij deze verrichten naar transacties of gedragingen die illegale activiteiten in de zin van deze overeenkomst vormen, of die bij de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij het gegronde vermoeden doen ontstaan dat dergelijke illegale activiteiten werden gepleegd. 2. De aangezochte overeenkomstsluitende partij gebruikt alle in haar rechtsorde bestaande onderzoeksmiddelen als handelde zij ten eigen behoeve of op verzoek van een andere interne autoriteit, met inbegrip van de medewerking van de gerechtelijke autoriteiten of – indien nodig – met toestemming van deze autoriteiten. Deze bepaling laat de krachtens artikel 17 op de marktdeelnemers rustende verplichting tot samenwerking onverlet. De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij deelt de resultaten van deze onderzoeken mee aan de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij. Artikel 12, lid 2, is van overeenkomstige toepassing. 3. De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij breidt deze bijstand uit tot alle aspecten, voorwerpen en personen die duidelijk samenhangen met de in het verzoek om bijstand vermelde zaak, zonder dat daartoe een aanvullend verzoek nodig is. In twijfelgevallen neemt de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij eerst contact op met de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel