Naar hoofdinhoud

TITEL II › HOOFDSTUK 2

Artikel 16

Aanwezigheid van ambtenaren die door de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij zijn gemachtigd

Onderdeel van Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden· Strafrecht

1. De autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij en die van de aangezochte overeenkomstsluitende partij kunnen overeenkomen dat door de eerstbedoelde autoriteit aangewezen ambtenaren aanwezig mogen zijn bij het in het voorgaande Artikel bedoelde onderzoek. Hun aanwezigheid is niet afhankelijk van de instemming van de persoon of de marktdeelnemer bij wie het onderzoek plaatsvindt. 2. De ambtenaren van de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij hebben te allen tijde de leiding van het onderzoek. De ambtenaren van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij mogen niet op eigen initiatief de bevoegdheden die aan ambtenaren van de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij zijn toegekend, uitoefenen. Daarentegen hebben zij wel toegang tot dezelfde gebouwen en documenten als de ambtenaren van de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij, zulks door hun tussenkomst en alleen ten behoeve van het lopende onderzoek. 3. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 4. De inlichtingen die ter kennis worden gebracht van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij kunnen niet als bewijs worden gebruikt voordat toestemming is verleend voor het verstrekken van de stukken betreffende de uitvoering. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.

Rechtspraak bij dit artikel