Naar hoofdinhoud
1. De aangezochte overeenkomstsluitende partij stemt er op verzoek van de verzoekende overeenkomstsluitende partij in toe dat vertegenwoordigers van de autoriteiten van de verzoekende partij aanwezig zijn bij de uitvoering van het verzoek om wederzijdse rechtshulp. Deze aanwezigheid is niet afhankelijk van de instemming van de personen op wie de maatregel betrekking heeft. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 2. De aanwezigen hebben toegang tot dezelfde gebouwen en documenten als de vertegenwoordigers van de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij, zulks door hun tussenkomst en alleen ten behoeve van de uitvoering van het verzoek om rechtshulp. Aan de aanwezigen kan met name de toestemming worden verleend om vragen te stellen of voor te stellen en om onderzoeksmaatregelen te suggereren. 3. Deze aanwezigheid mag er niet toe leiden dat feiten onder schending van de geheimhoudingsplicht of van de rechten van de betrokkene bekend worden aan anderen dan aan de op basis van de voorgaande leden bevoegde personen. De inlichtingen die ter kennis worden gebracht van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij kunnen niet als bewijs worden gebruikt voordat de beslissing inzake het verstrekken van de stukken betreffende de uitvoering in kracht van gewijsde is gegaan. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.

Rechtspraak bij dit artikel