Naar hoofdinhoud
1. De overeenkomstsluitende partijen onderwerpen de inwilligbaarheid van rogatoire commissies strekkende tot huiszoeking en inbeslagneming niet aan verdergaande voorwaarden dan dat: het aan de rogatoire commissie ten grondslag liggende feit naar het recht van beide overeenkomstsluitende partijen strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximum van ten minste zes maanden, dan wel naar het recht van één van beide overeenkomstsluitende partijen strafbaar gesteld met een sanctie met een zelfde maximum en naar het recht van de andere overeenkomstsluitende partij als een vergrijp tegen voorschriften betreffende de orde door de bestuurlijke autoriteiten wordt bestraft, mits van hun beslissingen beroep openstaat op een ook in strafzaken bevoegde rechter; de uitvoering van de rogatoire commissie verenigbaar is met het recht van de aangezochte overeenkomstsluitende partij. 2. Rogatoire commissies strekkende tot huiszoeking en inbeslagneming wegens witwaspraktijken die onder de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen, zijn ook ontvankelijk mits de handelingen die het voorafgaande feit vormen naar het recht van beide overeenkomstsluitende partijen strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximum van meer dan zes maanden. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.

Rechtspraak bij dit artikel