**1.** Indien is voldaan aan de voorwaarden van Artikel 31, voert de aangezochte overeenkomstsluitende partij verzoeken om rechtshulp uit die betrekking hebben op het verkrijgen en het doorgeven van financiële en bankgegevens, met inbegrip van:
de identificatie van en gegevens over bankrekeningen bij op haar grondgebied gevestigde banken waarvan degenen tegen wie een onderzoek is ingesteld houder of gevolmachtigde zijn, of waarover deze personen de controle uitoefenen;
de identificatie van en alle gegevens over transacties en banktransacties die van, naar of via een of meer bankrekeningen dan wel door bepaalde personen gedurende een welbepaalde periode worden verricht.
**2.** Voorzover dit krachtens haar strafprocesrecht voor soortgelijke interne gevallen is toegestaan, kan de aangezochte overeenkomstsluitende partij gelasten dat gedurende een welbepaalde periode wordt toegezien op banktransacties die van, naar of via bankrekeningen dan wel door bepaalde personen worden verricht en dat de resultaten aan de verzoekende overeenkomstsluitende partij worden meegedeeld. De beslissing inzake het toezicht op transacties en de mededeling van de resultaten wordt voor elk geval afzonderlijk genomen door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij en moet voldoen aan de nationale wetgeving van deze overeenkomstsluitende partij. De praktische regelingen voor het toezicht worden tussen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende en de aangezochte overeenkomstsluitende partij overeengekomen.
**3.** Iedere overeenkomstsluitende partij neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de financiële instellingen de betrokken klant of derden niet meedelen dat maatregelen worden uitgevoerd op verzoek van de verzoekende overeenkomstsluitende partij of dat een onderzoek loopt, zolang dit noodzakelijk is om de resultaten ervan niet in gevaar te brengen.
**4.** De autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij vermeldt in het verzoek:
waarom zij van mening is dat de gevraagde inlichtingen waarschijnlijk van doorslaggevend belang zijn voor het onderzoek naar het strafbare feit;
op welke gronden zij veronderstelt dat banken in de aangezochte overeenkomstsluitende partij de betrokken rekeningen onder zich hebben en, voorzover hierover gegevens beschikbaar zijn, om welke banken het zou kunnen gaan;
elke beschikbare informatie die de uitvoering van het verzoek kan vergemakkelijken.
**5.** Een overeenkomstsluitende partij beroept zich niet op het bankgeheim als reden om iedere medewerking bij een rechtshulpverzoek van een andere overeenkomstsluitende partij te weigeren.
De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.
TITEL III
Artikel 32
Verzoek om financiële en bankgegevens
Onderdeel van Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden· Strafrecht