Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt de verplichting op zich om overeenkomstig haar wetgeving, of overeenkomstig iedere andere eventueel in te voeren gunstiger wetgeving, machtiging te verlenen:
tot het overmaken van reële netto winsten, renten, dividenden en anderszins verschuldigde bedragen toekomende aan natuurlijke of rechtspersonen, onderdanen van, of gevestigd in de andere Partij;
tot het overmaken van de opbrengst van de gehele of gedeeltelijke liquidatie van investeringen die zijn goedgekeurd door het land waarin zij waren gedaan;
tot het overmaken van een passend deel van de uit arbeid verworven inkomsten van onderdanen van de andere Partij, die toestemming hebben hun werkzaamheden op haar grondgebied uit te oefenen.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Kameroen· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 7 mei 1966