Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Culturele Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 8 mei 1968

Ten einde in hun onderscheiden landen een betere kennis van de cultuur van het andere land te bevorderen, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen de uitwisseling van bezoeken en andere contacten aanmoedigen tussen vooraanstaande persoonlijkheden uit het culturele leven, zoals schrijvers, componisten, choreografen, beeldende kunstenaars en kunstcritici, naast deskundigen op het gebied van de massamedia, de volksontwikkeling, de jeugdvorming en de sport. Met hetzelfde doel voor ogen zullen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar op basis van wederkerigheid zoveel mogelijk bijstaan bij: het instellen en verder ontwikkelen van leerstoelen, lectoraten en cursussen aan hun universiteiten en andere instellingen van onderwijs en onderzoek, die betrekking hebben op de taal, cultuur en beschaving van het andere land; het doen tot stand komen van vertalingen van literaire werken uit het andere land; het organiseren van tentoonstellingen op kunstgebied en andere tentoonstellingen met een cultureel karakter; het organiseren van conferenties, concerten en toneelvoorstellingen; het organiseren van radio- en televisie-uitzendingen, de verspreiding van grammofoonplaten en soortgelijke middelen; de verspreiding van boeken, tijdschriften en andere publikaties; het vertonen van films met een wetenschappelijk, opvoedkundig of cultureel karakter; het bevorderen van het vreemdelingenverkeer door het vergemakkelijken van vrije contacten en met andere middelen die kunnen bijdragen tot een beter begrip van de leefwijze, het werk en de cultuur van het andere land.

Rechtspraak bij dit artikel