De Overeenkomstsluitende Partijen bevorderen de grootst mogelijke uitbreiding van hun betrekkingen op het gebied van de industrie, de handel, de landbouw, de zeescheepvaart, het vervoer en andere diensten tussen hun onderscheiden landen.
In het kader en met inachtneming van hun nationale wetgeving bevorderen zij de samenwerking tussen maatschappijen, verenigingen en andere organisaties van welke aard ook, of dochterondernemingen daarvan, die met hun nationale economie verband houden, alsmede tussen al hun andere onderdanen die economische activiteiten verrichten, ten einde hun hulpbronnen verder tot ontwikkeling te brengen. Ten aanzien van de industrie, de handel, de landbouw, de zeescheepvaart, het vervoer en andere diensten bevorderen zij met name samenwerking met betrekking tot:
de oprichting van nieuwe ondernemingen of de uitbreiding van bestaande ondernemingen;
de verlening van bijstand bij of de deelneming aan de leiding van ondernemingen;
de invoering van nieuwe produktietechnieken en de verbetering van bestaande technieken;
het onderzoek naar en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen;
de overdracht van kennis en de samenwerking op technisch gebied;
de benoeming van agenten en/of vertegenwoordigers;
alsmede samenwerking op elke andere passende wijze.
Met betrekking tot de vorm van de samenwerking bij de werkzaamheden bedoeld in de voorgaande alinea erkennen de Overeenkomstsluitende Partijen, zonder enige andere vorm van samenwerking te willen uitsluiten, het belang van gezamenlijke ondernemingen waarin onderdanen van beide Staten deelnemen.
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 17 juli 1971