**1.** In deel E van Bijlage 1 bij dit Verdrag worden de tekens beschreven die een bijzonder voorschrift inhouden en wordt hun betekenis verklaard.
**2.** De tekens E,7a, E,7b , E,7c of E,7d en E,8a, E,8b, E,8c of E,8d wijzen de weggebruikers op het feit dat de algemene bepalingen die op het grondgebied van de Staat het verkeer in de bebouwde kom regelen, van toepassing zijn vanaf de tekens E,7a, E,7b, E,7c of E,7d tot aan de tekens E,8a, E,8b, E,8c of E,8d, behoudens afwijkende voorschriften, aangeduid door andere tekens op bepaalde weggedeelten in de bebouwde kom. Teken B,4 wordt echter altijd geplaatst op een voorrangsweg die wordt aangegeven door middel van teken B,3 wanneer deze weg binnen de bebouwde kom ophoudt een voorrangsweg te zijn. De bepalingen van artikel 14, tweede, derde en vierde lid, zijn op deze tekens van toepassing.
**2bis.** Teken E, 11a moet worden gebruikt bij tunnels van 1000 m of meer en in de bij nationale wetgeving bepaalde gevallen. Bij tunnels van 1000 m of meer moet de lengte worden vermeld ofwel in het onderste gedeelte van het teken ofwel op een onderbord H, 2, als beschreven in Bijlage 1, Deel H. Overeenkomstig artikel 8, derde lid, van dit Verdrag mag de naam van de tunnel worden vermeld.
**3.** De tekens E,12a, E,12b of E,12c worden geplaatst bij voetgangersoversteekplaatsen indien het bevoegde gezag zulks raadzaam acht.
**4.** De tekens die een bijzonder voorschrift inhouden worden, met inachtneming van de vereisten van artikel 6, eerste lid, alleen geplaatst op plaatsen waar het bevoegde gezag dit noodzakelijk acht. Deze tekens mogen worden herhaald; door middel van een onderbord mag de afstand tussen het teken en het aangegeven punt worden vermeld; deze afstand mag ook op het onderste gedeelte van het teken zelf worden vermeld.
HOOFDSTUK II › Titel
Artikel 13bis
Tekens die een bijzonder voorschrift inhouden
Onderdeel van Verdrag inzake verkeerstekens· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 8 november 2008