Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Rechtsbevoegdheid; voorrechten en immuniteiten

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO), zoals gewijzigd op 28 september 1979· Intellectuele eigendom

Deze tekst geldt sinds 9 januari 1975

1). De Organisatie geniet op het grondgebied van iedere Lid-Staat overeenkomstig de wetten van deze Staat de rechtsbevoegdheid die nodig is om haar doel te verwezenlijken en haar werkzaamheden uit te oefenen. 2). De Organisatie sluit een overeenkomst betreffende de zetelvestiging met de Zwitserse Bondsstaat en met iedere andere Staat waar de zetel naderhand mocht worden gevestigd. 3). De Organisatie kan bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten met andere Lid-Staten ten einde te verzekeren dat zij, alsmede haar functionarissen en de vertegenwoordigers van alle Lid-Staten, de voorrechten en immuniteiten genieten die nodig zijn om haar doel te verwezenlijken en haar werkzaamheden uit te oefenen. 4). De Directeur-Generaal kan de onderhandelingen voeren betreffende de overeenkomsten bedoeld in het tweede en derde lid en deze, na goedkeuring door de Coördinatiecommissie, sluiten en ondertekenen uit naam van de Organisatie.

Rechtspraak bij dit artikel