Naar hoofdinhoud
Bij een met toepassing van artikel 2 van de mijn aan Nederlandse onderscheidenlijk Belgische zijde uit ondernomen ontginning en uitvoering van ontsluitingswerkzaamheden in de aan de andere zijde van de in artikel 1 bedoelde ontginningsgrens gelegen mijn, mag geen verbinding tussen de ondergrondse werken van beide mijnen tot stand worden gebracht, doch moeten de ondergrondse werken te allen tijde tot op een afstand van ten minste 20 meter uit elkaar blijven. Vermindering van deze afstand is slechts toegestaan, indien een doorbraak tussen de desbetreffende ondergrondse werken is uitgesloten en van het Toezicht op de Mijnen van beide Staten daartoe vergunning is verkregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel