Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake het vestigen en onderhouden van luchtdiensten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 oktober 1962

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes. (2). Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in de leden 3 en 4 van dit artikel, zonder uitstel de passende exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen. (3). De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld door de wetten en voorschriften welke die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten toepassen overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Chicago, 1944). (4). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de in lid 2 van dit artikel vermelde exploitatievergunningen niet te verlenen dan wel ten aanzien van de uitoefening door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 1 omschreven rechten die voorwaarden te stellen welke haar noodzakelijk voorkomen in elk geval waarin niet ten genoegen van die Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berust bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij haar onderdanen. (5). Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en de vergunningen heeft verkregen, kan zij op elk tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits ten aanzien van die dienst een overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel