**(1).** Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 1 van deze Overeenkomst omschreven rechten op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van deze rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht, wanneer
niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berust bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij haar onderdanen, of
die luchtvaartmaatschappij de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten verleent niet nakomt, of
die luchtvaartmaatschappij anderszins de exploitatie niet uitoefent volgens de door deze Overeenkomst gestelde voorwaarden.
**(2).** Tenzij onmiddellijke intrekking, opschorting of het stellen van voorwaarden als bedoeld in lid 1 van dit artikel noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten of voorschriften te voorkomen, wordt een zodanig recht slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake het vestigen en onderhouden van luchtdiensten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 oktober 1962