Naar hoofdinhoud
1. De tarieven welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen voor het vervoer van passagiers en vracht op een der omschreven routes worden geheven, worden op redelijk niveau vastgesteld, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle terzake dienende factoren (daarbij inbegrepen een economische exploitatie en een redelijke winst) en de tarieven welke door andere luchtvaartmaatschappijen op de routes of enig gedeelte daarvan worden geheven. 2. De tarieven welke door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden geheven, worden vastgesteld: hetzij in overeenstemming met besluiten welke betrekking hebben op tarieven welke aangenomen zouden worden door een vereniging van luchtvaartmaatschappijen waarvan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen lid zijn en welke vereniging aanvaard zou worden door beide Overeenkomstsluitende Partijen; hetzij in onderlinge overeenstemming tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen, indien zij geen lid zouden zijn van dezelfde vereniging van luchtvaartmaatschappijen, of indien er geen besluit als vermeld onder a zou bestaan, met dien verstande dat, indien een der Overeenkomstsluitende Partijen geen luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen voor een der omschreven routes, en de tarieven voor die route niet zijn vastgesteld overeenkomstig lid 2 a hierboven, de door de andere Overeenkomstsluitende Partij voor het exploiteren van die route aangewezen luchtvaartmaatschappijen de tarieven daarvan kunnen vaststellen. 3. Overeenkomstig lid 2 b vastgestelde tarieven worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen en worden van kracht 45 dagen na de ontvangst door die autoriteiten, tenzij een van de Overeenkomstsluitende Partijen mededeling heeft gedaan dat zij niet haar goedkeuring hebben. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op dit artikel (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 vormen de bepalingen van artikel 5, tweede lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 een aanvulling op dit artikel (Trb. 2019/90).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel