Naar hoofdinhoud
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor geen toestemming te verlenen voor de uitoefening van de in de bij deze Overeenkomst behorende Bijlage omschreven rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij of deze in te trekken in elk geval waarin niet tot haar genoegen is gebleken dat het overwegende eigendomsrecht en het daadwerkelijk toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dan wel in geval deze luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij over wier grondgebied zij luchtdiensten onderhoudt, als omschreven in artikel 4 van deze Overeenkomst, na te leven of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst en de Bijlage te voldoen. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 zal, wanneer in deze overeenkomst wordt verwezen naar onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (Trb. 2019/90). Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 hebben de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst van 25 februari 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2019/90).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel