**(1).** De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich gezamenlijk en ieder voor zich te verzekeren dat gegevens, uitrusting, basismaterialen of bijzondere splijtbare materialen, in hun bezit ten behoeve van of als gevolg van de in Artikel I van deze Overeenkomst omschreven samenwerking, niet zullen worden gebruikt door een niet-kernwapenstaat om kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen te vervaardigen of anderszins te verwerven of de beschikkingsmacht over zodanige kernwapens of nucleaire explosiemiddelen te verkrijgen, dan wel om een niet-kernwapenstaat te helpen, aan te moedigen of ertoe te bewegen kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen te vervaardigen of anderszins te verwerven of de beschikkingsmacht over zodanige kernwapens of nucleaire explosiemiddelen te verkrijgen. Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „niet-kernwapenstaat” een Staat, daaronder begrepen elke door deze Overeenkomst gebonden Staat, die vóór 1 januari 1967 geen kernwapen of ander nucleair explosiemiddel heeft vervaardigd en tot ontploffing heeft gebracht.
**(2).** Voorts verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich te verzekeren dat de in Artikel I van deze Overeenkomst bedoelde gezamenlijke industriële ondernemingen geen uranium van de voor wapens vereiste verrijkingsgraad zullen produceren voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Artikel VI
Artikel VI
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking bij de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifuge-procédé voor de produktie van verrijkt uranium· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 19 juli 1971