Naar hoofdinhoud
(1). Ten behoeve van de verificatie van de nakoming van de in artikel VI van deze Overeenkomst neergelegde verbintenissen, worden geëigende procedures voor veiligheidscontrole toegepast, die verenigbaar dienen te zijn met de internationale verplichtingen van iedere Overeenkomstsluitende Partij. (2). Ingevolge het bepaalde in het eerste lid van dit Artikel worden de volgende procedures toegepast: de procedures van het door de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) ingestelde stelsel voor veiligheidscontrole en de maatregelen voor het afleggen van rekening en verantwoording voor het gebruik van materiaal en uitrusting, zoals vastgesteld door de Regering van het Verenigd Koninkrijk, zoals die van toepassing zijn op de onderscheiden grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen; vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen en waar noodzakelijk van de Commissie van de Europese Gemeenschappen plegen overleg en wisselen bezoeken uit, ten einde te verzekeren dat zodanige procedures bevredigend en doelmatig zijn voor het doel van dit Artikel; de procedures die voortvloeien uit bijkomende verplichtingen met betrekking tot veiligheidscontrole die bindend zijn voor een of meer der Overeenkomstsluitende Partijen ingevolge een overeenkomst of overeenkomsten gesloten met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; in geval van samenwerking met of uitvoer naar andere Staten dan de Overeenkomstsluitende Partijen, mutatis mutandis de onder (a) en (b) hierboven omschreven internationale procedures. (3). De Gemengde Commissie treft alle voor de tenuitvoerlegging van dit Artikel noodzakelijke voorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel