Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK VIII

Artikel 55

Immuniteiten en voorrechten van het personeel van de Bank

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

Alle Bestuurders, bewindvoerders, plaatsvervangers, het leidinggevend en ander personeel van de Bank alsmede deskundigen die een missie voor de Bank vervullen: genieten immuniteit voor rechtsvorderingen in verband met handelingen, die zij uit hoofde van hun ambt hebben verricht, tenzij de Bank afstand doet van deze immuniteit; genieten indien zij geen burgers of onderdanen zijn van het land waar zij zich bevinden, dezelfde onschendbaarheid ten aanzien van immigratiebeperkingen, registratieplichten voor buitenlanders en nationale dienstplicht en dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbepalingen als door de leden aan de vertegenwoordigers, ambtenaren en employés van vergelijkbare rang in dienst van andere leden worden toegekend; en genieten dezelfde behandeling ten aanzien van reisfaciliteiten als door de leden aan de vertegenwoordigers, ambtenaren en employés van vergelijkbare rang van andere leden wordt toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel