Naar hoofdinhoud

Titel › HOOFDSTUK II

Artikel 6

Betaling der inschrijvingen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Aziatische Ontwikkelingsbank· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 29 augustus 1966

1. Het aanvankelijk door degenen die deze Overeenkomst hebben ondertekend en die lid worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 64, op het gestorte kapitaal van de Bank ingeschreven bedrag wordt betaald in 5 (vijf) termijnen, elk van 20 (twintig) % van dat bedrag. De eerste termijn wordt door de leden betaald hetzij binnen 30 (dertig) dagen na het in werking treden van deze Overeenkomst, hetzij op of voor de datum van nederlegging namens dat lid van de akte van bekrachtiging of aanvaarding overeenkomstig het eerste lid van artikel 64, zo dit laatste tijdstip later valt. De tweede termijn vervalt een jaar na het in werking treden van deze Overeenkomst. De resterende drie termijnen vervallen achtereenvolgens telkens een jaar na de datum waarop de voorgaande termijn verviel. 2. Van elke termijnbetaling van de aanvankelijke inschrijvingen op het oorspronkelijke volgestorte kapitaal wordt 50 (vijftig) procent betaald in goud of convertibele valuta, en 50 (vijftig) procent in de valuta van het betrokken lid. 3. De Bank accepteert van een lid door de regering van dat lid of door de door dat lid aangewezen depositaris uitgegeven promessen of andere schuldbrieven, in plaats van het bedrag dat ingevolge het tweede lid, letter (b), van dit artikel moet worden betaald in de valuta van het lid, mits de Bank deze liquide middelen niet nodig heeft voor de uitvoering van haar werkzaamheden. De bedoelde promessen of schuldbrieven zijn niet verhandelbaar, niet rentedragend en op verzoek tegen pari-waarde betaalbaar aan de Bank. Behoudens het bepaalde in artikel 24, tweede lid (ii), dienen verzoeken tot betaling op dergelijke in convertibele valuta betaalbare promessen of schuldbrieven over redelijke tijdvakken een gelijk percentage te betreffen van al die promessen en schuldbrieven. 4. Elke betaling door een lid in diens eigen valuta gedaan ingevolge het tweede lid, letter (b), van dit artikel beloopt een zodanig bedrag als de Bank, na het Internationale Monetaire Fonds naar goeddunken te hebben geraadpleegd en met gebruikmaking van de door het Internationale Monetaire Fonds eventueel vastgestelde pari-waarde, acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeele van de inschrijving dat wordt betaald, uitgedrukt in dollars. De aanvankelijke betaling beloopt een bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt op zodanige wijze aangepast als de Bank nodig oordeelt ten einde de volledige tegenwaarde in dollars van die betaling te vormen, en wel binnen 90 dagen na datum waarop die betaling was verschuldigd. 5. Betaling van het bedrag waarvoor is ingeschreven op het niet volgestorte gedeelte van het kapitaal van de Bank kan slechts worden gevorderd indien en voor zover de Bank dit nodig heeft om te voldoen aan haar verplichtingen aangegaan ingevolge de alinea's (ii) en (iv) van artikel 11, uit hoofde van het lenen van fondsen voor toevoeging aan haar gewone kapitaalmiddelen of van ten laste van die middelen komende garanties. 6. Indien de in lid 5 van dit artikel vermelde storting wordt gevorderd, kan deze naar keuze van het lid geschieden in goud, convertibele valuta, of in de valuta die benodigd is om te voldoen aan de verplichtingen van de Bank, die aanleiding zijn tot het verzoek tot storting. Verzoeken tot storting op niet betaalde inschrijvingen dienen een gelijk percentage van alle niet volgestorte aandelen te betreffen. 7. De Bank bepaalt de plaats voor betalingen ingevolge dit artikel, met dien verstande dat tot het tijdstip van de oprichtingsvergadering van haar Raad van Bestuur de betaling van de eerste termijn, genoemd in het eerste lid van dit artikel dient te geschieden aan de Secretaris van de Economische Commissie voor Azië en het Verre Oosten van de Verenigde Naties, als trustee van de Bank.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel