Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 11

Scheiding van middelen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 januari 1983

1. De gewone kapitaalmiddelen en de bijzondere middelen van de Bank worden te allen tijde en in alle opzichten volledig van elkaar gescheiden gehouden, gebruikt, belast, belegd of anderszins aangewend. Elk Bijzonder Fonds, de middelen en rekeningen daarvan worden volledig gescheiden gehouden van andere Bijzondere Fondsen en de middelen en rekeningen daarvan. 2. De gewone kapitaalmiddelen van de Bank mogen in geen geval worden belast met, of gebruikt worden tot betaling van verliezen of verplichtingen, voortvloeiend uit werkzaamheden of andere activiteiten van een Bijzonder Fonds. Bijzondere middelen, behorend tot een Bijzonder Fonds mogen in geen geval worden belast met of gebruikt worden tot betaling van verliezen of verplichtingen voortvloeiend uit werkzaamheden of andere activiteiten van de Bank, gefinancierd uit haar gewone kapitaalmiddelen of uit bijzondere middelen die aan een ander Bijzonder Fonds toebehoren. 3. Bij de werkzaamheden en andere activiteiten van een Bijzonder Fonds wordt de aansprakelijkheid van de Bank beperkt tot de bijzondere middelen, toebehorend aan dat Bijzondere Fonds, die de Bank ter beschikking staan.

Rechtspraak bij dit artikel