Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 10

Bijzondere middelen

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 januari 1983

1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt met de uitdrukking „bijzondere middelen” bedoeld de middelen van de Bijzondere Fondsen en wordt daaronder mede verstaan: Aanvankelijk aan een Bijzonder Fonds bijgedragen middelen; Fondsen geleend voor de doeleinden van een Bijzonder Fonds, met inbegrip van het Bijzondere Fonds, bedoeld in artikel 24, zesde lid, van deze Overeenkomst; Fondsen, ontvangen als terugbetaling van leningen of garanties die zijn verstrekt of gegeven met de middelen van een Bijzonder Fonds, die krachtens de regels en voorschriften die op dat Bijzondere Fonds van toepassing zijn, door dat Bijzondere Fonds worden ontvangen; Inkomsten afkomstig uit werkzaamheden van de Bank waarbij de bovengenoemde middelen of fondsen worden gebruikt of vastgelegd indien, krachtens de regels en voorschriften die op het desbetreffende Bijzondere Fonds van toepassing zijn, deze inkomsten toekomen aan genoemd Bijzonder Fonds; en Andere middelen die een Bijzonder Fonds ter beschikking staan. 2. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder de uitdrukking „bijzondere middelen toebehorend aan een Bijzonder Fonds” mede verstaan de middelen, fondsen en inkomsten die in het voorgaande lid worden bedoeld en die - naar gelang het geval - worden bijgedragen aan, geleend of ontvangen door, zijn toegekomen aan of ter beschikking staan van het desbetreffende Bijzondere Fonds overeenkomstig de regels en voorschriften die op dat Bijzondere Fonds van toepassing zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel