Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 29

Raad van Bestuur: bevoegdheden

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 2 mei 1998

1. Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Bestuur. De Raad geeft met name algemene richtlijnen inzake het kredietbeleid van de Bank. 2. De Raad van Bestuur kan aan het College van Bewindvoerders al zijn bevoegdheden overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid: het maatschappelijk kapitaal van de Bank te verlagen; Bijzondere Fondsen in te stellen of het beheer daarvan te aanvaarden; machtiging te verlenen tot het treffen van regelingen van algemene aard inzake samenwerking met de autoriteiten van Afrikaanse landen die niet de status van onafhankelijk land hebben verworven of tot het aangaan van overeenkomsten van algemene aard met Afrikaanse Regeringen die nog niet het lidmaatschap van de Bank hebben verworven, alsmede van zodanige overeenkomsten met andere Regeringen en met andere internationale organisaties; de president van de Bank te kiezen, te schorsen in zijn functie of uit zijn ambt te ontzetten en zijn beloning en arbeidsvoorwaarden vast te stellen; de beloning van de bewindvoerders en hun plaatsvervangers vast te stellen; externe accountants te kiezen ter controle van de balans en de verlies- en winstrekening van de Bank en andere deskundigen te kiezen wier diensten nodig kunnen zijn voor het onderzoek van en het uitbrengen van een verslag over het algemene beheer van de Bank; de balans en de verlies- en winstrekening van de Bank goed te keuren na kennisneming van het rapport van de accountants; alle andere bevoegdheden uit te oefenen, die in deze Overeenkomst uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan de Raad van Bestuur. 3. De Raad van Bestuur behoudt de volledige bevoegdheid gezag uit te oefenen over aangelegenheden die ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn overgedragen aan het College van Bewindvoerders.

Rechtspraak bij dit artikel