Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 28

Handhaving van de waarde van de valuta die de Bank onder haar berusting heeft

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 5 juli 2002

1. Steeds wanneer de pari-waarde van de valuta van een lid wordt verminderd in verhouding tot de rekeneenheid omschreven in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van deze Overeenkomst, of haar buitenlandse waarde naar de mening van de Bank in aanmerkelijke mate is gedeprecieerd, betaalt dat lid binnen een redelijke termijn een bedrag van zijn valuta aan de Bank, vereist om de waarde te handhaven van de valuta die de Bank onder haar berusting heeft op grond van zijn inschrijving. 2. Steeds wanneer de pari-waarde van de valuta van een lid wordt verhoogd in verhouding tot de genoemde rekeneenheid of haar buitenlandse waarde naar de mening van de Bank in aanmerkelijke mate is gestegen, betaalt de Bank binnen een redelijke termijn een bedrag van die valuta aan dat lid, vereist om de waarde aan te passen van de valuta die de Bank onder haar berusting heeft op grond van zijn inschrijving. 3. De Bank, in het geval voorzien in het eerste lid, of het lid, in het geval voorzien in het tweede lid, kan afstand doen van haar respectievelijk zijn rechten uit hoofde van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel