Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 36

De president: benoeming

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 2 mei 1998

1. De Raad van Bestuur kiest met een meerderheid van het totale aantal stemmen van de leden, met inbegrip van een meerderheid van het totale aantal stemmen van de regionale leden, de president van de Bank. Hij dient een hoogst bekwaam persoon te zijn in aangelegenheden betreffende de activiteiten, het beheer en bestuur van de Bank en hij dient een onderdaan van een regionale lidstaat te zijn. Gedurende zijn ambtstermijn mag hij noch bestuurder, noch bewindvoerder noch plaatsvervanger van dezen zijn. De ambtstermijn van de president is vijf jaar. Deze termijn kan worden verlengd, met dien verstande dat geen enkele persoon mag worden gekozen of optreden als president gedurende meer dan twee opeenvolgende termijnen van elk vijf jaar. De president wordt geschorst in zijn functie of uit zijn ambt ontzet indien de Raad van Bestuur daartoe besluit met een meerderheid van het totale aantal stemmen van de leden, met inbegrip van een meerderheid van het totale aantal stemmen van de regionale leden. Nadat de president is geschorst of uit zijn ambt is ontzet, benoemt de Raad van Bestuur een president ad interim, of kiest, naar gelang van het geval, een nieuwe president. 2. Na overleg met het Bureau roept de voorzitter van de Raad van Bestuur een vergadering van de Raad van Bestuur bijeen teneinde de schorsing van de president naar aanleiding van de schriftelijke verzoeken van ten minste vijf bestuurders die ten minste vijf kiesdistricten vertegenwoordigen in overweging te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel