**1.** De president is voorzitter van het College van Bewindvoerders maar heeft, behoudens een beslissende stem in geval van staking der stemmen, geen stemrecht. Hij mag deelnemen aan vergaderingen van de Raad van Bestuur, maar heeft geen stemrecht.
**2.** De president is het hoofd van het personeel van de Bank en leidt de lopende zaken volgens de aanwijzingen van het College van Bewindvoerders. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie van het leidinggevend en ander personeel van de Bank, met inbegrip van de vice-presidenten, dat hij benoemt en ontslaat en wier arbeidsvoorwaarden hij vaststelt overeenkomstig de door de Bank gestelde voorschriften en regels, mits hij bij de uitoefening van zijn bevoegdheden ten aanzien van de benoeming en het ontslag van vice-presidenten handelt in overleg met het College van Bewindvoerders.
**3.** De president is de vertegenwoordiger van de Bank in rechten.
**4.** De Bank stelt voorschriften vast, waarin wordt bepaald wie de Bank in rechten vertegenwoordigt en de andere taken van de president vervult ingeval deze afwezig is of zijn functie zou openvallen.
**5.** Bij het aanstellen van leidinggevend en ander personeel is de allereerste overweging van de president dat hij de waarborging van een zo hoog mogelijk peil van doelmatigheid, technische bekwaamheid en integriteit verzekert; hij werft dit personeel aan op een zo breed mogelijke geografische basis, terdege rekening houdend met het regionale karakter van de Bank alsook met de deelneming van niet-regionale Staten.
HOOFDSTUK V
Artikel 37
De functie van de president
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 2 mei 1998