Alle bestuurders, bewindvoerders, plaatsvervangers, het leidinggevend en ander personeel van de Bank alsmede deskundigen en adviseurs die een missie voor de Bank vervullen:
genieten immuniteit van rechtsvorderingen in verband met handelingen, die zij uit hoofde van hun ambt hebben verricht,
genieten indien zij geen onderdanen zijn van het land waar zij zich bevinden, dezelfde onschendbaarheid ten aanzien van immigratiebeperkingen, registratieplichten voor buitenlanders en nationale dienstplicht en dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbepalingen als door de leden aan de vertegenwoordigers, ambtenaren en employés van vergelijkbare rang in dienst van andere leden worden toegekend; en
genieten dezelfde behandeling ten aanzien van reisfaciliteiten als door de leden aan de vertegenwoordigers, ambtenaren en employés van vergelijkbare rang van andere leden wordt toegekend.
HOOFDSTUK VII
Artikel 56
Persoonlijke immuniteiten en voorrechten
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 januari 1983