De in dit hoofdstuk genoemde immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten worden verleend in het belang van de Bank. Het College van Bewindvoerders kan, in de mate en op de voorwaarden door dit College te bepalen, de in de artikelen 52, 54, 56 en 57 van deze Overeenkomst genoemde immuniteiten en vrijstellingen niet van kracht verklaren, wanneer zulks naar zijn mening in het belang van de Bank zou zijn. De president van de Bank heeft het recht en de plicht afstand te doen van de immuniteit van een personeelslid in gevallen waarin naar zijn mening deze immuniteit de rechtsgang zou belemmeren en er afstand van kan worden gedaan zonder het belang van de Bank te schaden.
HOOFDSTUK VII
Artikel 59
Toepassing van immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, gedaan te Khartoem op 4 augustus 1963, zoals gewijzigd bij Resolutie 05-79 aangenomen door de Raad van Bestuur op 17 mei 1979· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 januari 1983