Naar hoofdinhoud
1. Elk voorstel tot wijziging van deze Overeenkomst, afkomstig van een lid, een bestuurder of het College van Bewindvoerders, wordt medegedeeld aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur, die het voorstel voorlegt aan deze Raad. Indien de voorgestelde wijziging door de Raad wordt goedgekeurd, vraagt de Bank door middel van een rondschrijven, per fax of per telegram de leden of zij de voorgestelde wijziging aanvaarden. Wanneer tweederde van de leden met driekwart van het totale aantal stemmen van de leden, met inbegrip van tweederde van de regionale leden die driekwart van het totale aantal stemmen van de regionale leden bezitten, de voorgestelde wijziging hebben aanvaard, legt de Bank dit feit onverwijld vast in een aan de leden gerichte officiële mededeling. 2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kunnen de in artikel 3, derde lid, bepaalde meerderheden van stemmen slechts worden gewijzigd bij de aldaar vermelde meerderheden van stemmen. 3. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is aanvaarding door alle leden vereist voor elke wijziging in: het recht verzekerd in artikel 6, tweede lid, van deze Overeenkomst; de beperking der aansprakelijkheid als bepaald in het vijfde lid van dat artikel; en het recht uit de Bank te treden als bepaald in artikel 43 van deze Overeenkomst. 4. Wijzigingen treden voor alle leden drie maanden na de datum van de officiële mededeling bedoeld in het eerste lid van dit artikel in werking, tenzij de Raad van Bestuur een andere termijn vaststelt. 5. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en in het licht van de ervaring van de Bank, de regel volgens welke ieder lid één stem heeft, aan een onderzoek onderworpen door de Raad van Bestuur of door een bijeenkomst van de Staatshoofden van de lid-landen overeenkomstig de voorwaarden van toepassing bij de aanvaarding van deze Overeenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel