Naar hoofdinhoud
(1). Personen die geen Frans onderdaan zijn en die, volgens de in Frankrijk geldende voorschriften, het Franse grondgebied op wettige wijze via de gemeenschappelijke grens zijn binnengekomen, kunnen binnen twee weken na grensoverschrijding weer aan de grensautoriteiten van een der Beneluxlanden worden overgegeven en moeten door hen zonder formaliteiten worden overgenomen, indien de Franse grensautoriteiten gegevens verstrekken aan de hand waarvan de grensautoriteiten van het Beneluxland kunnen vaststellen dat aan de voorwaarden tot overgave is voldaan. Indien de overgave niet binnen de termijn van twee weken heeft kunnen plaatsvinden, blijft de verplichting tot overneming van kracht, indien de betrokkene binnen deze zelfde termijn door de Franse autoriteiten is aangehouden of, zo dit niet het geval is, indien deze de autoriteiten van een der Beneluxlanden in kennis hebben gesteld van hun voornemen tot verwijdering. (2). De verplichting tot overneming bestaat niet ten aanzien van onderdanen van een derde land dat in Europa een gemeenschappelijke grens heeft met Frankrijk tenzij ernstige redenen zich tegen hun verwijdering naar het grondgebied van dat derde land verzetten. (3). De Regering van de Franse Republiek neemt, binnen een termijn van ten hoogste drie maanden, personen terug, ten aanzien waarvan uit een onmiddellijk door de autoriteiten van het betrokken Beneluxland ingesteld nader onderzoek blijkt dat aan de voorwaarden tot overgave niet is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel