**a).** Belgische, Luxemburgse of Nederlandse onderdanen die de Oostenrijkse autoriteiten voornemens zijn te verwijderen, worden, mits hun nationaliteit kan worden aangetoond of aannemelijk kan worden gemaakt, door hun respectieve Regeringen zonder formaliteiten en zonder tussenkomst van de bevoegde vertegenwoordiging in Oostenrijk overgenomen.
**b).** De Belgische nationaliteit kan worden aangetoond door middel van een nationaliteitsbewijs of een uittreksel uit het register van de burgerlijke stand betreffende de verkrijging van deze nationaliteit; zij kan aannemelijk worden gemaakt door middel van een paspoort of een identiteitskaart afgegeven door de Belgische autoriteiten, ook indien deze documenten ten onrechte zijn afgegeven of niet langer dan tien jaar verlopen zijn; voorts door middel van een geldig identiteitsbewijs voor vreemdelingen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in Frankrijk, Luxemburg of Zwitserland ten behoeve van Belgische onderdanen die aldaar hun vaste verblijfplaats hebben, en waaruit de Belgische nationaliteit van de houder blijkt.
**c).** De Luxemburgse nationaliteit kan worden aangetoond door middel van een nationaliteitsbewijs of een rechtskracht bezittende gerechtelijke beslissing betreffende het bezit van deze nationaliteit; zij kan aannemelijk worden gemaakt door middel van een paspoort of een identiteitskaart afgegeven door de Luxemburgse autoriteiten, ook indien deze documenten ten onrechte zijn afgegeven of niet langer dan tien jaar verlopen zijn; voorts door middel van een geldig identiteitsbewijs voor vreemdelingen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in België, Frankrijk, Zwitserland of Liechtenstein ten behoeve van Luxemburgse onderdanen die aldaar hun vaste verblijfplaats hebben, en waaruit de Luxemburgse nationaliteit van de houder blijkt.
**d).** De Nederlandse nationaliteit kan worden aangetoond door middel van een nationaliteitsbewijs; zij kan aannemelijk worden gemaakt door middel van een paspoort of een identiteitskaart (toeristenkaart) afgegeven door de Nederlandse autoriteiten, ook indien deze documenten ten onrechte zijn afgegeven of niet langer dan tien jaar verlopen zijn; voorts door middel van een geldig Belgisch of Luxemburgs identiteitsbewijs voor vreemdelingen, waaruit de Nederlandse nationaliteit van de houder blijkt.
**e).** De bevoegde autoriteiten van de Republiek Oostenrijk nemen personen die krachtens lid a) zijn overgenomen, binnen zes maanden na de overname weer op Oostenrijks grondgebied terug, indien de Belgische, Luxemburgse of Nederlandse autoriteiten hebben geconstateerd dat zij op het tijdstip van hun verwijdering de nationaliteit op grond waarvan overneming was geschied, niet bezaten, tenzij het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of het Koninkrijk der Nederlanden op grond van artikel 4 tot overname verplicht is, althans daartoe op het tijdstip van de overname verplicht was.
**f).** Indien de bepalingen van lid a) op een Belgische, Luxemburgse of Nederlandse onderdaan die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, worden toegepast, dienen de Oostenrijkse autoriteiten de bevoegde vertegenwoordiging in Oostenrijk hiervan in kennis te stellen; indien het een Luxemburgse onderdaan betreft, dient het Consulaat-Generaal van Luxemburg hiervan in kennis te worden gesteld.
**g).** Indien de Belgische, Luxemburgse of Nederlandse nationaliteit niet krachtens de leden a) tot en met d) kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt, doch er niettemin omstandigheden aanwezig zijn, die het vermoeden opleveren dat de betrokkene een van deze nationaliteiten bezit, dan geschiedt de overname op grond van een formele verklaring van overname. Het verzoek tot overname dient bij de Belgische of Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging of bij het Luxemburgse Consulaat-Generaal in Oostenrijk, naar gelang de aard van het geval, te worden ingediend. De betrokken autoriteiten doen binnen een maand na de datum van indiening van het verzoek het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk de verklaring van overname toekomen of doen dit Ministerie mededeling van de redenen waarom overname niet kan plaatsvinden.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Bondsregering van de Republiek Oostenrijk, enerzijds, en de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, anderzijds, betreffende de overname van personen aan de grens· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 1965