Naar hoofdinhoud
a). De Belgische, Luxemburgse of Nederlandse Regering, naar gelang de aard van het geval, zal personen die geen onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Staten zijn, op verzoek van de Oostenrijkse autoriteiten overnemen, indien deze personen minder dan zes maanden vóór de indiening van dit verzoek België, Luxemburg of Nederland na een verblijf van tenminste twee weken hebben verlaten en Oostenrijk op ongeoorloofde wijze zijn binnengekomen. b). Overname door de Belgische, Luxemburgse of Nederlandse Regering geschiedt op grond van een door de bevoegde vertegenwoordiging in Oostenrijk afgegeven laissez-passer. De geldigheidsduur van dit laissez-passer bedraagt twaalf maanden. c). Een verzoek tot afgifte van het laissez-passer moet worden ingediend bij de Belgische of Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging of bij het Luxemburgse Consulaat-Generaal in Oostenrijk, naar gelang de aard van het geval. De betrokken autoriteiten doen binnen een termijn van twee maanden na de indiening van dit verzoek het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk het laissez-passer toekomen of doen dit Ministerie mededeling van de redenen waarom overname niet kan plaatsvinden. d). Een maatregel tot verwijdering uit het Belgische, Luxemburgse of Nederlandse grondgebied vormt geen beletsel voor de afgifte van een laissez-passer. e). De verplichting tot overname bestaat niet ten aanzien van onderdanen van een Staat die een gemeenschappelijke grens met de Republiek Oostenrijk heeft, tenzij gegronde redenen aanwezig zijn om niet tot hun verwijdering naar het grondgebied van die Staat over te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel