Naar hoofdinhoud
a). De Bondsregering van de Republiek Oostenrijk enerzijds, en de Belgische, Luxemburgse en Nederlandse Regering, anderzijds, verklaren zich bereid te voldoen aan verzoeken van de autoriteiten van de andere Partij tot doorgeleiding van personen die niet de nationaliteit van een der Overeenkomstsluitende Staten bezitten en ten aanzien van wie een administratieve maatregel tot verwijdering wordt toegepast, indien overname door de Staat van bestemming en, in voorkomende gevallen, de doorreis door andere Staten verzekerd is. b). Doorgeleiding kan worden geweigerd, indien de betrokken persoon: bij doorreis door het gebied van de Staat waaraan het verzoek is gericht bloot zou staan aan strafvervolging of aan de tenuitvoerlegging van een strafvonnis, of in een andere Staat van doorreis of in de Staat van bestemming bloot zou staan aan gevaar van vervolging om politieke redenen, danwel aan strafvervolging of aan de tenuitvoerlegging van een strafvonnis. c). Een verzoek tot doorgeleiding wordt door de diplomatieke vertegenwoordiging van de verzoekende Staat ingediend bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Staat waaraan het verzoek is gericht; een verzoek ten behoeve van de Luxemburgse Regering wordt door het Consulaat-Generaal van dat land in Oostenrijk gedaan. d). De voor doorgeleiding overgenomen persoon kan te allen tijde aan de autoriteiten van de Staat die de verwijdering heeft gelast worden teruggegeven, indien later feiten bekend worden of zich voordoen, die doorgeleiding in de weg staan of indien een andere Staat van doorreis of de Staat van bestemming weigert de betrokkene over te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel