Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 29 februari 1972

1. De Overeenkomstsluitende Partijen eerbiedigen het recht van de personen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deze Overeenkomst, vrijelijk te corresponderen met de Commissie en het Hof. 2. Voor wat betreft zich in hechtenis bevindende personen houdt de uitoefening van dit recht met name in dat: indien hun correspondentie door de bevoegde autoriteiten wordt gecontroleerd, deze niettemin zonder onnodige vertraging en zonder te zijn gewijzigd wordt verzonden dan wel aan hen bezorgd; tegen zodanige personen geen disciplinaire maatregelen in welke vorm ook worden genomen wegens mededelingen gedaan aan de Commissie of het Hof via de gewone kanalen; zodanige personen het recht hebben ter zake van een aan de Commissie gericht verzoekschrift of een daaruit voortvloeiende procedure briefwisseling te voeren en, buiten het gehoor van anderen, overleg te plegen met een raadsman die bevoegd is op te treden voor rechtscolleges van het land waar zij in hechtenis worden gehouden. 3. Bij de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel onthoudt het openbaar gezag zich van inmenging, tenzij de wet daarin voorziet en het betrokken optreden in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de nationale veiligheid, de opsporing en de vervolging van een strafbaar feit of de bescherming van de gezondheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel