**1.** De vrijdommen en faciliteiten worden aan de in het eerste lid van artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde personen toegekend, uitsluitend teneinde hun de vrijheid van spreken en de onafhankelijkheid te waarborgen welke noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies, taak of verplichtingen of voor de uitoefening van hun rechten met betrekking tot de Commissie en het Hof.
**2.** Alleen de Commissie of het Hof, naar gelang het geval, is bevoegd de in het eerste lid van artikel 2 van deze Overeenkomst bedoelde vrijdom geheel of gedeeltelijk op te heffen; zij hebben niet slechts het recht, maar ook de plicht bedoelde vrijdom op te heffen in elk geval waarin deze, naar hun oordeel, de loop van het recht in de weg zou staan, en gehele of gedeeltelijke opheffing de doelstelling omschreven in het eerste lid van dit artikel, niet zou benadelen.
Deze vrijdom kan door de Commissie of door het Hof worden opgeheven, hetzij ambtshalve hetzij op een door een Overeenkomstsluitende Partij of een belanghebbende persoon aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gericht verzoek.
Een besluit de vrijdom op te heffen, dan wel dit te weigeren, dient met redenen te zijn omkleed.
**3.** Indien een Overeenkomstsluitende Partij formeel verklaart dat de opheffing van de vrijdom bedoeld in het eerste lid van artikel 2 van deze Overeenkomst, noodzakelijk is in verband met een vervolging wegens een misdrijf tegen de nationale veiligheid, heft de Commissie of het Hof de vrijdom op in de mate waarin dit in de verklaring is omschreven.
**4.** Indien een feit aan het licht komt dat vanwege zijn aard van beslissende betekenis kan zijn en waarvan ten tijde dat besloten werd te weigeren deze vrijdom op te heffen de indiener van het verzoek geen kennis droeg, kan deze een nieuw verzoek tot de Commissie of het Hof richten.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Europese Overeenkomst betreffende personen die deelnemen aan procedures voor de Europese Commissie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 29 februari 1972