**1.** Indien een van de Hoge Verdragsluitende Partijen te kennen geeft, de uitvoering van werken tot verbetering van de in artikel 2 bedoelde vaarweg of van de daartoe behorende kunstwerken op het gebied van de andere Partij wenselijk te achten, maakt deze aangelegenheid onderwerp van overleg tussen beide Regeringen uit.
**2.** Indien bovenbedoeld overleg werken betreft, waarvoor geen andere gronden benodigd zijn dan die welke reeds krachtens dit Verdrag in gebruik of gereserveerd zijn, kan elk van de Hoge Verdragsluitende Partijen, ingeval het overleg niet tot overeenstemming leidt, de geschilpunten voorleggen aan de Arbitrale Commissie. De Commissie beslist met inachtneming van de belangen van de scheepvaart en van alle overige betrokken belangen. Zij is niet bevoegd uitspraak te doen inzake een eventuele verdeling van de kosten.
**3.** Het bij de voorgaande leden bedoelde overleg heeft mede betrekking op de wijze waarop de kosten van de uit te voeren werken overeenkomstig de wederzijdse belangen tussen beide Partijen dienen te worden verdeeld.
Indien evenwel de Partij op wier gebied werken als bedoeld in het tweede lid dienen te worden uitgevoerd, zulks verlangt, worden de totale kosten van die werken door de andere Partij gedragen.
HOOFDSTUK B › Titel IV
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 23 april 1965