Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK B › Titel VII

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 23 april 1965

Onder de in artikel 19 bedoelde kosten van voorbereiding en uitvoering van werken op Nederlands gebied dienen mede te worden begrepen: de aan derden te betalen koopsommen en vergoedingen voor de aankoop of de onteigening van onroerende goederen, alsmede de overige kosten van aankoop en onteigening, met dien verstande dat Nederland het door België betaalde aandeel in de zuivere verkoopwaarde van de voor grondberging verworven terreinen zal terugbetalen zodra die terreinen weer aan derden worden verkocht of in gebruik gegeven; de vergoeding van de kosten welke voor de Staat der Nederlanden of derden uit de ingebruikneming van de op 1 januari 1963 aan de Staat der Nederlanden toebehorende gronden voortvloeien wegens beëindiging van erfpacht of pacht, terzake van opstallen, wegens waardevermindering van niet benodigde perceelsgedeelten, snijschade, gebouwenschade, inkomensschade, aanpassing bij vervanging van gebouwen, kosten van wederbelegging en dergelijke, met dien verstande dat voor de zuivere verkoopwaarde van deze gronden geen verrekening zal plaats vinden; de vergoeding van de kosten welke door de Staat der Nederlanden of derden als gevolg van de uitvoering van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde werken op Nederlands gebied worden gemaakt teneinde in of in de nabijheid van de in artikel 2 bedoelde vaarweg kabels, duikers en andere werken weg te nemen, aan te brengen, te herstellen, te vervangen of te verplaatsen; de vergoeding wegens hogere tractiekosten, zoals die in soortgelijke gevallen door de N.V. Nederlandsche Spoorwegen in rekening en gebracht, in verband met wijzigingen aan de bestaande spoorweg als gevolg van de over het in artikel 3, eerste lid, onder e), bedoelde sluizencomplex aan te leggen spoorbrug; de vergoeding van alle overige schade als gevolg van de uitvoering van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde werken, welke de Staat der Nederlanden gehouden is aan derden uit te keren; de kosten van adviezen, laboratoriumproeven en andere medewerking van anderen dan de diensten van de Nederlandse Rijkswaterstaat; de bijkomende kosten van administratie, opstelling der plannen en aanbestedingsstukken, toezicht op de uitvoering en dergelijke.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel