Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK B › Titel I

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbinding tussen de Schelde en de Rijn· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 23 april 1965

1. Ten einde de in artikel 2 bedoelde vaarweg tot stand te brengen, worden de volgende werken uitgevoerd: het graven van een kanaal van de haven van Antwerpen naar de Oosterschelde; de aanleg van een vaargeul door de Oosterschelde; het verruimen van de Eendracht en het verbeteren van het tracé van deze vaarweg; het graven van een kanaal door de Slaakdam en de Prins Hendrikpolder en het aansluiten daarvan aan de Eendracht enerzijds en de Krammer anderzijds; de bouw van een sluizencomplex tussen het onder a) genoemde kanaal en de Oosterschelde, met inbegrip van de aanleg van voorhavens; de bouw van bruggen voor weg- en spoorwegverkeer over de onder a), c) en d) genoemde vaarwegen en over het onder e) bedoelde sluizencomplex, een en ander met inbegrip van de bijbehorende opritten en wegaansluitingen; het verbeteren van bestaande en de aanleg van nieuwe waterkeringen; het maken van voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, daaronder begrepen de bestrijding van de verzilting en de waterverontreiniging; alle werken en voorzieningen van tijdelijke of blijvende aard, welke noodzakelijk of wenselijk blijken in verband met of als gevolg van de uitvoering van de bovenbedoelde werken ten behoeve van een doelmatig onderhoud en gebruik en een doelmatige bediening van deze werken, alsmede ter aanpassing van de bestaande toestand aan de nieuwe werken en de nieuwe waterstaatkundige toestand. 2. De werken, bedoeld in het vorige lid, worden zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit Verdrag tot uitvoering gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel